Home recensie-de-armeense-genocide

[vorige pagina]

De Armeense genocide, een reconstructie

Taner Akcam
Nieuw Amsterdam Uitgevers Atlas, 2006, ISBN 978 90 468 0225 0


Begin mei 2007 zou de Turkse schrijver Taner Akcam naar Nederland komen in verband met een seminar over de Armeense genocide. Dit seminar werd georganiseerd door het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies van de Universiteit van Amsterdam. Hij is niet gekomen uit vrees voor zijn veiligheid en uit angst dat hij niet meer kan terugkeren naar de VS, waar hij momenteel woont. Tot voor kort reisde de schrijver ook regelmatig naar Istanbul, maar sinds de moord eerder dit jaar op zijn Turkse vriend, de journalist Hrant Dink, durft hij dat ook niet meer.

Wie is deze historicus die als eerste het drama van 1915- de dood van honderdduizenden Armeniërs- genocide noemde; die bronnen gebruikte om voorbij de extremen van anti-Turkse propaganda en Turks nationalistische ontkenning te komen? En hoe actueel is dit onderwerp als in de aanloop van de Tweede Kamerverkiezingen het CDA twee kandidaten van Turkse komaf schrapte omdat ze de Armeense genocide ontkenden? En wat te denken van de uitspraak van de ambassadeur van Turkije in Nederland die zich afvraagt of de Armeense kwestie nou echt zo belangrijk is in het licht van toetreding van Turkije tot de Europese Unie?

Boekcover; De Armeense genocide, een reconstructie door Taner AkcamIn zijn lijvig boekwerk “De Armeense genocide, een reconstructie” dat uit 500 pagina’s bestaat waarvan 100 pagina’s noten, concludeert Taner Akcam dat de massamoord in 1915 een centraal georganiseerde vervolging en vernietiging van de Armeense minderheid is. Sinds het verschijnen van zijn boek wordt hij bedolven onder doodsbedreigingen en reist hij onder bewaking. De Turkse historicus heeft duizenden documenten bestudeerd en is minutieus op zoek gegaan naar de bewijzen voor de genocide op een miljoen Armeniërs. Deze genocide vond plaats in het Ottomaans- Turkse rijk ten tijde van het regime van de Jonge Turken (1915-1917). In het grote, aaneengesloten nieuwe Turkse rijk, waarin alleen Turkssprekende volkeren verenigd zouden zijn, was geen plaats voor de Christelijke Armeniërs. In februari en maart 1915 werden zo’n 200.000 Armeense militairen ontwapend en aan dwangarbeid onderworpen. Vervolgens werd in de nacht van 24 april de Armeense intelligentsia opgepakt en vermoord. Hierna kwam een enorme deportatiebeweging op gang. De deportaties waren zorgvuldig voorbereid. De Speciale Organisatie die ze uitvoerde bestond voor een groot deel uit vrijgelaten gevangenen. Andere deelnemers waren Turkse overlevenden van recente etnische zuiveringen op de Balkan. “Het waren precies deze mensen die zelf net ontsnapt waren aan een bloedbad, die nu een leidende rol zouden spelen bij het zuiveren van Anatolie van ‘Niet-Turkse’ elementen. Onder het mom van evacuatie en hervestiging werden duizenden Armeniërs verdreven naar wat nu Syrië en Irak is. Zij werden blootgesteld aan zware mishandeling, verkrachting en uithongering. Slechts weinigen hebben de massale deportatie overleefd.

De gevolgen van de gebeurtenissen uit 1915 duren voort tot op de dag van vandaag. Begrippen als ‘mensenrechten’ en ‘democratie’ worden in het onderbewuste van veel Turken nog steeds geassocieerd met onderwerping. In de officiële Turkse geschiedschrijving is – net als die van andere staten die op Ottomaanse bodem zijn ontstaan- het taboe op het beschrijven van de eigen wandaden nog steeds onverminderd van kracht. Pas in de laatste decennia is in het westen het besef doorgedrongen dat zich 25 jaar voor de Holocaust een enorm drama heeft voltrokken. En ook nu nog wentelen Rusland, Groot-Brittannië en andere voormalige grootmachten zich in zalige onwetendheid omtrent hun eigen aandeel in die zwarte periode. De geschiedschrijving zit ook hen op de hielen. Akcams boek is zowel een Turkse als een academische bijdrage aan het doorbreken van het taboe. En wellicht kunnen westerse historici meewerken aan een noodzakelijke vruchtbare toekomstige dialoog tussen Turken en Armeniërs.

Taner Akcam heeft zijn boek opgedragen ter nagedachtenis van Haji Halil, een vrome Turkse moslim die de leden van een Armeens gezin voor deportatie en ondergang behoedde door ze een halfjaar lang veilig te verbergen, waarmee hij zijn eigen leven in de waagschaal stelde. Zijn moedige daad wijst de weg naar een ander soort relatie tussen Turken en Armeniërs.

Taner Akcam (1953) is socioloog en historicus. In 1976 werd hij tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld vanwege zijn bijdrage aan de oprichting van een links studentenblad. Via een zelf gegraven tunnel wist hij te ontsnappen uit de gevangenis. Hij vluchtte naar Duitsland waar hij politiek asiel kreeg. Sinds kort doceert hij aan de universiteit van Minnesota.

Geraadpleegde bronnen:

  • Artikel over Armeense genocide en toetreding van Turkije tot de Europese Unie in het Friesch Dagblad/ 28 december 2004
  • Interview met Tacan Ildem, ambassadeur voor Turkije in Nederland in Elsevier / 7 oktober 2006.
  • Artikel uit Trouw met een interview met de schrijver/ 22 december 2006.
  • Artikel Ton Zwaan over de ‘vergeten’ genocide’van het Centrum voor Holocaust-en Genocidestudies.
  • Artikel over de schandvlek van de Turkse natie in de Volkskrant/ 15 juni 2007.
  • Artikel over de jaarlijkse herdenking van de genocide op Armeniërs in De Groene Amsterdammer/ 27 april 2007.


Juli 2007
Lennie Haarsma

[vorige pagina]