Home Recensie Moresprudentie door Jaap Buitink

[vorige pagina]

Moresprudentie, ethiek en beroepscode in het sociaal werk 

Jaap Buitink, Jan Ebskamp en Richard Groothoff
Uitgeverij ThiemeMeulenhoff, 2012, ISBN 9789006952490

Je hebt een sterk vermoeden dat er sprake is van kindermishandeling in een gezin, maar je bent bang ouders onterecht te beschuldigen. En je voelt je onzeker of je niet te laat ingrijpt om de kinderen te beschermen. In de dagelijkse praktijk krijgen en nemen sociaal werkers vaak weinig tijd voor reflectie op een dergelijke ethische kwestie. Ook bestaan er nauwelijks blauwdrukken voor hoe te handelen in dit soort situaties. Angst om in een volgende ´Savanna-zaak´ terecht te komen, kan leiden tot handelingsverlegenheid. Het handboek Moresprudentie, ethiek en beroepscode in het sociaal werk biedt handvatten om praktische dilemma´s in het werk tot een oplossing te brengen. Het boek bevat twee delen. Deel A schetst het conceptuele kader en de praktische vaardigheden die de sociaal werker nodig heeft om zijn werk op morele aspecten te kunnen analyseren en te beoordelen. Deel B leert de sociaal werker hoe hij bij concrete dilemma's in het werken met cliënten, in samenwerking met andere hulpverleners en in de verhouding tot de organisatie kan handelen. De opzet van deel B volgt de artikelindeling van de nieuwe beroepscodes op de voet. Extra ondersteunend daarbij is de speciale website www.moresprudentie.nl, die docent en lezer aanvullende informatie en ondersteuning biedt in de vorm van theoretische verdieping, casuïstiek, praktijkopdrachten, persoonlijke reflectie en toetsen.

De herziening van de beroepscode voor maatschappelijk werkers, de nieuwe beroepscodes voor sociaal-agogisch werkers en jeugdzorgwerkers evenals de introductie van het tuchtrecht in de jeugdzorg waren voor de drie auteurs een belangrijke motivatie voor het schrijven van dit handboek voor de praktijk. Met het uitdrukkelijke doel het op basis van casuïstiek opbouwen van moresprudentie: de uitkomst van morele oordeelsvorming en het vastleggen van de uitkomsten van moreel beraad.

Het theoretisch kader van het boek is onnodig ingewikkeld, te uitgebreid en niet noodzakelijk om als professional tot morele oordeelsvorming te komen. Vooral het tweede deel geeft de werker in de praktijk houvast en biedt de lezer door de vele casussen concrete aanknopingspunten om de verbinding te leggen tussen de artikelen uit de beroepscodes, hun onderlinge waarden en normen en de dagelijkse praktijk. Het boek Moresprudentie, ethiek en beroepscode in het sociaal werk bevat talloze concrete werkvormen om belangen af te wegen en keuzes te overdenken die gemaakt moeten worden. En dat alles opdat werkers weloverwogen besluiten kunnen nemen en deze kunnen verantwoorden. Voor zichzelf, de cliënt en diens sociale omgeving.

Het boek sluit mooi aan bij een aantal actuele ontwikkelingen, zoals bij het in 2010 gestarte Moresprudentieproject van de Hogeschool Utrecht. Dit project inventariseert welke morele dilemma´s in de praktijk voorkomen, wat de onderliggende thema´s zijn en welke waarden en normen leidend zijn bij het nemen van beslissingen (www.moresprudentie.nl) . Maart 2013 vindt een door NVMW en Hogeschool Utrecht georganiseerde studiedag plaats met als thema Hoe draagt het onderwijs bij aan de morele identiteit van de jeugdzorgwerker? In 2013 zullen – met het oog op de nieuwe beroepscode en het toekomstige tuchtrecht - in alle instellingen voor jeugdzorg introductietrainingen worden georganiseerd over beroepscode en tuchtrecht. Daarnaast wordt een verdiepende 2-daagse training over beroepscode en morele dilemma´s voor jeugdzorgwerkers aangeboden. Met het boek Moresprudentie, ethiek en beroepscode in het sociaal werk leveren de auteurs een belangrijke bijdrage aan de verdere professionalisering van de sociaal werker. 

Jaap Buitink is uitvoerend maatschappelijk werker geweest en sinds 2001 adviseur en trainer op het gebied van professionaliteit en beroepsethiek. In opdracht van de NVMW was hij projectleider bij de herziening van de beroepscode voor de maatschappelijk werker. Jan Ebskamp doceerde beroepsethiek op mbo en hbo- opleidingen. Hij stelde de beroepscode voor de sociaal-agogisch werker op en stelde met Jaap Buitink de beroepscode voor de jeugdzorgwerker samen. Richard Groothoff werkte als jeugdbeschermer en is momenteel docent filosofie aan de Hanzehogeschool.

[vorige pagina]